‘Er werkt hier iemand met precies dezelfde tatoeage!’ zei mijn collega verheugd. Hij zat naast me aan mijn bureau en zat middenin een uitleg over het redactiesysteem. Ik liet mijn artikel even voor wat het was. Tussen het invullen van de metadata door kwam zijn opmerking nogal uit de lucht vallen.
‘Huh. Welke?’ Ik keek een beetje verdwaasd van mijn ene naar mijn andere onderarm. Ik heb op de rechter een lotus staan, wat natuurlijk niet uitblinkt in originaliteit, dus daar gokte ik op. ‘Deze?’ Ik tilde de betreffende arm een stukje op.
‘Neenee, die andere!’, zei de collega, wijzend naar mijn linkerarm. Daar staat een vrij bekende quote uit een aardig gekend boek van een best wel beroemde Amerikaanse schrijver.
‘Echt?!’ riep ik uit. ‘Superleuk!’ Ik dacht een geestverwant gevonden te hebben. Iemand op wie dat boek ook zo bizar veel indruk had gemaakt dat ze de sleutelzin ervan voor de rest van haar leven met zich mee wenste te dragen. Er dagelijks aan herinnerd te worden, onbewust een paar keer per dag bij stil te staan. De persoon in kwestie bleek daar een beetje anders over te denken toen ze even later aan mijn bureau stond. ‘Laat eens zien!’ moedigde mijn collega ons aan.
We staken allebei onze onderarm uit, ik ferm en kwiek, zij aarzelend en met tegenzin. In de halve seconde die haar tatoeage zichtbaar was zag ik dat die een ander lettertype had dan de mijne, groter was en op een iets andere plaats stond, maar het was onmiskenbaar dezelfde zin. Allebei op onze linkerarm. Ik was verheugd. ‘Wat cool!’ onderstreepte ik mijn enthousiasme ook nog maar eens verbaal. Het voelde bijzonder om tegenover iemand te staan die ooit dezelfde beslissing had genomen als ik. Die zin, op die plaats, voor altijd. De andere partij keek me aan met een blik waar ik zowel afgrijzen als verbijstering in dacht te herkennen.
‘En, wat vind jij ervan?’ keek mijn collega haar, duidelijk geamuseerd, aan.
‘Oh, ik vind dit best wel vies’, stamelde ze.
Nu weet ik dat ‘vies’ in het Vlaams iets anders betekent dan in het Nederlands, maar in deze context was het me niet helemaal duidelijk wat mijn tattoo-verwant precies wilde uitdrukken. Vond ze het vreemd? Werd ze er chagrijnig van? Vond ze mijn uitvoering lelijk? Werd ze er onpasselijk van? Ik kon niet zo snel een betekenis vinden die ook maar vagelijk aansloot bij mijn enthousiasme, wat ik verwarrend vond. Hoe kon iemand dit niet leuk vinden, iemand ontmoeten die een gedeelde interesse op bijna identieke, vrij extreme wijze, aan de buitenwereld laat zien? Het zal voorlopig een raadsel blijven, want na deze uitspraak maakte ze zich vrij snel uit de voeten. Ik had gehoopt op een diepgravend gesprek over het boek, maar dat kwam er helaas niet.
So it goes.